Thomas de Bergeyck
21 October 2026
Tot nu toe kan men, zonder zich al te zeer te vergissen, zeggen dat de prinses Elisabeth een foutloos parcours aflegt. Geen misstap, geen onhandige uitspraak, geen voorkeur voor de ene regio boven de andere—kortom, niemand heeft zich tot dusver aan wat dan ook gestoord wat de troonopvolgster betreft. Het zou er nog aan moeten ontbreken, zult u zeggen, zo zeldzaam zijn de verschijningen van de jonge vrouw. De berekening van het Paleis is verstandig. Hoe minder men haar ziet, hoe minder men haar blootstelt aan kritiek. En inderdaad: wanneer Elisabeth verschijnt, is het altijd perfect. Elke glimlach, elke zin wordt vooraf voorbereid, alsof men zich over een mondeling examen zou buigen. De officiële fotosessies, de outfits die zij draagt op evenementen die de Royal Watchers doen zeggen dat zij kan wedijveren met de infantes van Spanje, de Nederlandse prinsessen of zelfs prinses Catherine van Engeland: alles is geslaagd. Nog onlangs was het Elisabeth die de keizers van Japan verwelkomde en deelnam aan het staatsdiner. Geen fout. Netjes. Onberispelijk. Té misschien?
Didier Lebrun/Photonews
Didier Lebrun/Photonews
Goed, het is waar dat onze aspirant-koningin nog volop in de fleur van haar leven is, op 25 jaar. Zij moet haar jeugd zoveel mogelijk beleven vóór zij haar lot omarmt. Daarom gunt zij zichzelf de komende maanden ook tijd voor een pauze. Jarenlang heeft zij iedereen een plezier gedaan door diploma’s op te stapelen, van de Koninklijke Militaire School tot Oxford en Harvard . In dat opzicht is Elisabeth, met ruime voorsprong, de best voorbereide toekomstige vorst. Als we in ons verleden duiken, herinneren we ons dat Leopold II helemaal niet werd gesteund door zijn vader, die hem te wispelturig vond. Hij hield trouwens niet van hem en trok zich niets aan van zijn opleiding. En wat te zeggen van Albert I, die zijn oom nooit heeft kunnen vormen? We herinneren ons ook Leopold III, de jonge en frêle prins die na het klimongeval aan de macht werd gekatapulteerd? Of nog Boudewijn die, op 21 jaar, nauwelijks iets van het leven had gekend. Vanuit die vaststellingen: ja, men moet Elisabeth de tijd geven om haar jeugd te beleven. Men geeft haar nu al een rol als toekomstige voorzitster van de Belgische economische missies, een soort opstapje naar de troon zoals dat het geval was voor Albert en vervolgens Filip.
Verplaats u in haar: op 25 jaar is haar levensweg nog lang. Zij zal ook een huwelijkse toekomst moeten omarmen die onvermijdelijk óók die van België zal zijn. Een echtgenoot of echtgenote om zorgvuldig te kiezen: niet te polariserend en niet te onopvallend, uit een milieu dat door een deel van het land gemakkelijker wordt aanvaard. En ook niet te ver verwijderd van onze Europese naties: laten we niet vergeten dat de Saksen-Coburg Duits zijn. En dat vóór koningin Mathilde geen enkele Belgische koningin-gemalin in het vlakke land was geboren. Laat de tijd zijn werk doen, zoals ook het Koninklijk Paleis wenst.
© Jan De Meuleneir/Photonews
Natuurlijk zou ik, in mijn hoedanigheid van koninklijk journalist, graag meer willen weten over Elisabeth: haar dagelijks leven, haar relaties, haar persoonlijkheid. Maar men moet niet vergeten dat wij allemaal recht hebben op een stukje privéleven. Zeker zij, die zich er op een dag met een veel kleiner deel van zal moeten tevredenstellen. Want alles zal snel gaan: men kan zich gemakkelijk voorstellen dat in 2030, de koning Filip op 70-jarige leeftijd zijn troon afstaat aan zijn dochter, die dan bijna 30 zal zijn. In dat bicentenaire jaar zou hij haar laten profiteren van een prachtige symbolische overdracht, zoals hijzelf daarvan heeft kunnen genieten, op die 21 juli 2013 die de eedaflegging van zijn grootvader Leopold I vierde.
Er sijpelt niets door, maar in België houdt men van grote data. En deze zou wel eens de doodsklok kunnen luiden voor een – bijna – zorgeloze jeugd voor de eerste koningin van koninklijken bloede van ons koninkrijk.
Coverfoto: © Christian Liewig/Bestimage
Advertentie
