Martin Boonen
24 August 2026
In Cannes is Philippe Bouvard deze maandag 24 augustus 2026 overleden, op 96-jarige leeftijd. Hij werd op 6 december 1929 geboren in Coulommiers, in een familie van kleine handelaars, langs moederszijde van Joodse afkomst, en leefde tijdens de Bezetting ondergedoken. Uit die verborgen jeugd putte hij een carrière die de hele tweede helft van de XXe eeuw zou overspannen en hem tot een van de meest herkenbare stemmen in het Franse medialandschap maakte.
Zijn carrière begint bescheiden. Begin jaren 1950 gaat hij aan de slag bij Le Figaro als loopjongen op de fotodienst, waarna hij alle treden beklimt tot hij in 1962 directeur van de Parijse pagina’s wordt, en vervolgens hoofdredacteur. Zijn studies waren nochtans vroegtijdig stopgezet: na enkele maanden werd hij weggestuurd van het Centre de formation des journalistes (CFJ) in Parijs, waarna hij het vak in de praktijk leerde. In 1973 gaat hij naar France-Soir, waar hij verschillende leidinggevende functies bekleedt voor hij in 1987 directeur van de redactie wordt, terwijl hij ook samenwerkt met L’Express, Paris Match en Le Point. Hij blijft verbonden aan France-Soir tot begin jaren 2000, waarmee hij meerdere decennia in de geschreven pers afsluit.
Bouvard was begin jaren 1960 bij Radio Luxembourg, het latere RTL, gekomen en presenteerde RTL Non Stop vanaf 1968 tot 1974. Op 1er april 1977 lanceert hij, op verzoek van de toenmalige directeur Jean Farran, Les Grosses Têtes. Het programma brengt chroniqueurs, academici, komieken en zangers samen rond vragen over algemene kennis en kwinkslagen, en wordt een van de populairste radioprogramma’s van Frankrijk. Hij presenteert het tot 2000, het jaar waarin de RTL-directie het publiek probeert te verjongen door hem te vervangen door Christophe Dechavanne. De mislukking is zo groot dat hij enkele maanden later opnieuw het roer overneemt. Hij blijft op antenne tot 2014 en maakt, met tegenzin en in “grote wanhoop”, plaats voor Laurent Ruquier, op 84-jarige leeftijd. Daarna gaat hij verder met “grote wanhoop” Allô Bouvard Allô Bouvard tot 2020, vervolgens met verschillende rubrieken en programma’s op RTL, voor hij in januari 2025 officieel met pensioen gaat, na zestig jaar aanwezigheid op antenne.
Op televisie creëert hij in 1982 Le Petit Théâtre de Bouvard op Antenne 2. In dit programma van vijftien minuten, uitgezonden net voor het journaal van 20 uur, improviseerden jonge acteurs sketches rond een geloot thema. Het programma onthulde een hele generatie humoristen: Les Inconnus, Muriel Robin, Pascal Légitimus, Smaïn, Mimie Mathy, Michèle Bernier, Jean-Marie Bigard, Chantal Ladesou, Laurent Baffie en ook het duo Chevallier et Laspalès. Bouvard presenteert ook een tv-versie van de Grosses Têtes op TF1 van 1992 tot 1997 en leidt het music-halltheater Bobino van 1991 tot 2006.
Zijn smaak voor provocatie bezorgde hem ook problemen. In 1996 wordt hij, samen met Vincent Perrot en Patrick Le Lay, veroordeeld wegens aanzetten tot haat of raciale discriminatie, na een raadsel dat werd uitgezonden in de tv- Grosses Têtes . Zijn bezitterige beheer van zijn programma leidt bovendien tot een berucht geschil. In de jaren 1980 spant hij een rechtszaak aan tegen jonge komieken uit het Théâtre de Bouvard nadat organisatoren op hun affiches een vermelding hadden gezet van het type “Gezien in het Théâtre de Bouvard”. De rechter geeft hem gelijk. Het voorval draagt bij tot de keuze van de naam Les Inconnus, en de ruzie met Didier Bourdon zal meerdere decennia duren. De presentator was ook het doelwit van de zware criminaliteit: de moordenaar Jacques Mesrine, toen vijand nummer één van de staat, had een ontvoeringsplan tegen hem voorbereid na een kritisch artikel in Le Figaro.
Bouvard was een verstokte gokker. Hij koos zijn vakantieoorden graag op basis van de nabijheid van casino’s en organiseerde jarenlang privépokersessies bij hem thuis, onder meer met Patrick Bruel, Claude Zidi of Vincent Lindon. Op een dag verloor hij, aan de roulette in Deauville, het equivalent van een jaarsalaris én het geld dat Le Figaro hem had toevertrouwd voor een reportage, waardoor hij zijn auto moest verkopen. Hij had zich zelfs vrijwillig de toegang tot Franse casino’s laten ontzeggen, maar bleef in het buitenland spelen, met name in Monaco, Londen of Las Vegas. Het spel, zei hij, stelde hem in staat om “zich zijn laatste emoties te gunnen”.
Hij trouwde op 31 oktober 1953 met Colette Sauvage; uit dat huwelijk werden twee dochters geboren, Dominique en Nathalie. Op latere leeftijd erkende Bouvard dat hij in zijn relatie “uitstapjes” had gehad, waarbij zijn vrouw zich “begripvol” toonde. Hij bekende ook dat hij zijn gezinsleven had opgeofferd aan zijn carrière en passies, en ging zelfs zo ver om in 2014 te verklaren dat hij “het leven aan zich voorbij had laten gaan”, ondanks een spectaculaire materiële welstand, waaronder een collectie die tot tweehonderd auto’s heeft geteld.
Het Belgische publiek nam een bijzondere plaats in in zijn parcours. Van 2014 tot 2016 verzorgde Bouvard doordeweeks een dagelijkse ochtendcolumn, Papier-Bouvard, op Bel RTL, de Belgische variant van de zender. Hij had zijn genegenheid voor België ook toevertrouwd in een interview met L’Eventail. Als erkenning voor die nabijheid ontving hij in 2014 de onderscheiding Commandeur in de Kroonorde. “Ik beschouw u als neven, als landgenoten van het hart”, verklaarde hij aan zijn Belgische luisteraars.
Hij was auteur van meerdere tientallen werken over de journalistiek en zijn eigen leven, en werd in 2005 benoemd tot Chevalier de la Légion d’honneur, en in 2019 tot Commandeur in de Orde van Kunsten en Letteren. Bij de aankondiging van zijn overlijden heeft Laurent Ruquier, zijn opvolger bij de Grosses Têtes, hem op RTL hulde gebracht en hem geprezen als een “meester”, een “voorbeeld” en een “rolmodel”, die “de impertinentie had gecreëerd” op radio én televisie. De zender sprak op zijn beurt over een “historisch, emblematisch gezicht en stem”, die op zichzelf bijna zes decennia Franse populaire radio belichaamden.
Coverfoto: © Guillaume Gaffiot/Bestimage