Thomas de Bergeyck
12 August 2026
Laten we eerst stilstaan bij een man die er een halve eeuw lang zijn werk van heeft gemaakt om alles wat hij aanraakte te bespotten, alsof hij niet in zijn eigen talent geloofde. Jean-Luc Fonck ontving enkele dagen geleden de versierselen van Ridder in de Kroonorde. De leader van Sttelllla, met een carrière van 50 jaar op de teller, trakteerde het aanwezige publiek wederom op enkele kwinkslagen bij wat hij beschouwt als het eerste diploma van zijn leven. “Het is zwaar… ik dacht dat het een beetje… maar nee, het is kwaliteit!”, grapt hij terwijl hij het ereteken weegt. “Ze hebben opgeschreven dat ik kunstenaar ben… dat moet een foutje zijn. Maar goed, ik zal mijn best doen.” Typisch Jean-Luc. Feit blijft dat de man erg trots is om toe te treden tot de kring van illustere Belgen die ons land op de kaart hebben gezet.
Anderen ontvingen een adellijke titel. Zij komen de familie van de Belgische adel versterken, die overigens beperkt is in omvang. Ongeveer 32.500 leden en 1.200 adellijke families, zoals de Raad van Adel vermeldt op zijn webpagina bij de FOD Buitenlandse Zaken. Merk de definitie op die daar wordt gegeven: “veel van deze families onderhouden met zorg de prachtige kastelen die ons landschap sieren.” Met soms grote moeite, zou ik daaraan toevoegen. Er zijn de financiële middelen, die vaak ontoereikend zijn. Maar er is soms ook de wil binnen bepaalde families om het prachtige werk van het behoud van deze bastions uit het verleden voort te zetten, die vaak een last zijn geworden. Net zoals een notaris zijn zoon niet kan overtuigen om hem op te volgen, kunnen veel families hun erfgoed niet overdragen bij gebrek aan vrijwilligers. We hebben kastelen gezien die werden overgedragen aan “bredere en meer gemotiveerde schouders”, omdat zij het avontuur niet konden voortzetten. Dat is de realiteit. Het doet niets af aan het nobele karakter van deze families. Tot zover deze kanttekening.
De koning Filip heeft er, zoals elk jaar, voor gekozen om negen adelbrieven toe te kennen aan persoonlijkheden: wetenschappers, kunstenaars, ondernemers of actoren uit de sociaal-culturele wereld. We noemen Evelyne Bruyère van SOS Inceste, of Jos Delbeke die zich inzet voor het klimaat, en Firouzeh Nahavandi, eminent hoogleraar sociologie aan de ULB. Vorig jaar werd de zeer innemende Delphine Heenen van KickCancer barones. De titel, vaak die van ridder of baron, wordt nooit overgedragen op de erfgenamen, zoals wel het geval is bij de meeste families van de oude adel. Maar wat opvalt, is dat de profielen tegenwoordig volledig divers zijn. Voorheen werden vooral militairen, diplomaten en zakenlieden geëerd. Vandaag de dag vindt u in de Belgische adel mensen met een migratieachtergrond die zich hebben ingezet voor de uitstraling van ons koninkrijk. Verdienstelijke mensen die met trots door de samenleving kunnen gaan, gesterkt door hun titel, die zij vaak met bescheidenheid dragen. Hoe vaak heb ik tijdens een evenement niet de gelegenheid gehad om geadelde burgers “om te roepen” die mij vóór de aankondiging uit bescheidenheid vroegen om hun titel niet te vermelden.
Vandaag de dag is de Belgische adel niet langer eenvormig. Veelzijdig, multicultureel en vol talent voedt zij zich met haar eigen diversiteit, in plaats van voortdurend te steunen op een heroïsch verleden. Een nieuwe wind die we te danken hebben aan de vorst, die dit zo gewild heeft en dit elk jaar bewijst ter gelegenheid van de Nationale Feestdag of de Koningsdag. Een nieuwe definitie voor deze adel waar wij, Belgen, bijzonder trots op kunnen zijn.
Coverfoto: Koning Filip tijdens het staatsbanket in het kasteel van Laken ter gelegenheid van het staatsbezoek van de keizer en keizerin van Japan aan België, op 23 juni 2026 in Brussel. © Philip Reynaers/Photonews
Advertentie
