Eén woord was genoeg om de Knokse gemeenteraad in beroering te brengen. Slechts één: “exclusief”. Burgemeester Cathy Coudyser, die een collegiaal debat wilde openen, stelde voor om de term uit het officiële taalgebruik te schrappen, met als argument dat een gemeente nooit synoniem mag staan voor uitsluiting.
Haar visie, die van een badplaats met trottoirs zonder barrières, waar bezoekers en bewoners in eenzelfde welwillende stedelijkheid samenleven, komt voort uit een genereuze intentie. De oppositie daarentegen greep het woord aan als een standaard. In hun ogen heeft exclusiviteit nooit iemand uitgesloten. Het snoeit de hagen, verzorgt de etalages en onderhoudt die bijzondere standing die er precies voor zorgt dat men naar hier komt in plaats van naar vijftien kilometer verderop. “Exclusief” zou zo een vernislaag zijn, geen omheining.
Geraadpleegd als een onpartijdige scheidsrechter, vergemakkelijkt het woordenboek de verzoening niet. Het spreekt over de “macht om uit te sluiten”, dat wat “gesloten is voor elke indringing van buitenaf”, of zelfs een vorm van intolerantie. Genoeg om elke gemeentelijke overheid die begaan is met haar imago koudwatervrees te bezorgen.
Cathy Coudyser © Philip Reynaers/Photonews
Maar de vastgoedmarketing heeft al lang geleden haar semantische metamorfose ondergaan. Vandaag de dag verbiedt een villa die als “exclusief” wordt bestempeld niemand de toegang: ze is simpelweg zeldzaam, elegant en onbetaalbaar. Drie kwaliteiten die in Knokke fungeren als identiteitskaart.
Een echte politieke ruzie of een semantisch misverstand uitvergroot door de gemeentelijke echo? De tweede hypothese lijkt de meest waarschijnlijke. Een badplaats willen die openstaat voor iedereen en tegelijkertijd de onberispelijkheid van haar standing behouden, is geen onmogelijke spreidstand. Het is zelfs, als je het goed bekijkt, de definitie van goede smaak op de zeedijk.
Men kan de hele wereld verwelkomen, zolang die hele wereld de impliciete dresscode respecteert. De ware luxe bestaat er uiteindelijk misschien niet in de deur te sluiten, maar ze open te laten terwijl men weet dat weinigen ze durven open te duwen zonder eerst de onderkant van hun schoenen te hebben gecontroleerd.
In Knokke eindigen zelfs woordenboekdiscussies in een garden-party onder welopgevoede mensen. En terwijl de verkozenen ruziën over “exclusief” en “inclusief”, maken de meeuwen geen enkel onderscheid: ze pikken even graag een frietje bij de bewoner als bij de dagtoerist. Een les in humanisme die op zijn eigen manier evenveel waard is als menig gemeenteraad.