Martin Boonen
18 September 2026
Vijftig jaar geleden daalde Brussel ondergronds af. Het was een maandag in september, en het feest was groots: zestien stations werden op dezelfde dag ingehuldigd, gratis toegang tot middernacht, straattheater bij de metro-ingangen, en Toots Thielemans die voor de gelegenheid een lied had gecomponeerd met de titel Metro. Koning Boudewijn, de eerste officiële passagier, nam plaats in De Brouckère richting Beaulieu, en stopte in elke gemeente om de burgemeesters te groeten. In Hankar stopte de trein langer: Roger Somville werkte daar nog aan zijn fresco.
De Brusselse metro in 1968 © Photo News
Onze Tijd — zo luidt de titel van het werk — loopt over de zijmuren, stijgt naar het plafond, doorkruist de grote brugmuur die boven de doorgang van de auto’s is gespannen. Gemaakt met acryl op beton met de hulp van zes studenten, ontvouwt het een wereldbeeld in spanning tussen het streven naar vrede en de neiging tot geweld. Een motorrijder roept snelheid op, een centrale oranje opening materialiseert fysiek de aankomst van de treinen, blauwe zones werpen vlammende wezens in een picturale ruimte met een opvallende dynamiek. Somville, medeoprichter van de groep Muurkrachten in 1947, legde daar de fundamenten van een cultureel project dat nooit zou worden ontkend.
Het idee ontstond niet in 1976. Het was Alfred Bertrand, minister van Communicatie, die nog vóór de inhuldiging van de premetro in december 1969 het principe had vastgelegd: de stations zouden permanente kunstwerken huisvesten. Bewust van het feit dat deze ondergrondse infrastructuren snel somber konden worden, zetten de beleidsmakers in op edele materialen — marmer, gekleurde keramiek — en op levende kunst. Het doel was tweeledig: Belgische kunstenaars uitzonderlijke zichtbaarheid bieden en tienduizenden reizigers in contact brengen met hedendaagse kunst zonder de deuren van een museum te hoeven passeren.
In 1968, de werken aan de metro en tunnel Wetstraat en Jubelpark © Photo News
Om dit beleid te sturen, werd nog vóór de opening van de eerste tunnel een artistieke commissie opgericht. Zonder vaste status of beperkt mandaat in de tijd, bracht deze vertegenwoordigers van de MIVB, een afgevaardigde van de minister, specialisten in hedendaagse kunst en leden van de Speciale Studiedienst samen. De eerste twee contracten, ondertekend in 1972, gingen naar Roger Dudant en Marc Mendelson voor station Parc, waarvan de installaties in 1974 werden voltooid. De instelling is geëvolueerd met de institutionele hervormingen: de Artistieke Commissie voor Verplaatsingsinfrastructuren volgde haar op in 1990, voordat een expertisecentrum ‘Kunst in de openbare ruimte’ het stokje overnam in 2008. Sinds 2015 zorgt de Cel Kunst & Architectuur van Brussel Mobiliteit en de MIVB voor de selectie, installatie, promotie en het onderhoud van de werken.
Wat het netwerk in de loop der decennia heeft opgebouwd, is een tour de force. Meer dan 100 permanente kunstwerken sieren vandaag de dag perrons, lokettenzalen en gangen. Schilderkunst, beeldhouwkunst, fotografie, glas-in-lood: alle mediums zijn vertegenwoordigd, van doek tot brons, van hout tot gezeefdrukt glas. Elk station biedt een aparte sfeer, soms radicaal anders dan die van de vorige gang.
Pol Bury, "Moving Ceiling", Beurs (1976) © MIVB
In de Beurs, Pol Bury heeft in 1976 vijfenzeventig roestvrijstalen cilinders aan het plafond gehangen: ze bewegen langzaam en veranderen van uiterlijk afhankelijk van de hoek en het licht. Twee jaar later voegde Paul Delvaux er zijn Onze Oude Brusselse Trams, trams uit het verleden die de mentale ruimte van de surrealistische schilder doorkruisen. In Graaf van Vlaanderen heeft Paul Van Hoeydonck het plafond omgetoverd tot een planetarium door er zestien bronzen mannequins op te hangen — 16 x Icarus, 1981. In Roodebeek speelt Luc Peire met geometrie met roestvrij staal en gezeefdrukt glas. In Alma ontwierpen Lucien en Simone Kroll in 1982 een totaalstation-kunstwerk, een bos van zuilen en surrealistische herinneringen. In Aumale heeft Jean-Paul Laenen 600 vierkante meter zwart-witfotografie over het leven in de wijk aangebracht.
Paul Delvaux, "Onze oude Brusselse trams", Beurs (1978) © MIVB
Françoise Schein, "Dyade", Sint-Gillisvoorplein (1993) © MIVB
De lijst is lang, en er wordt nog steeds aan geschreven. In 1988 huldigde Studio Hergé in Stockel, het oostelijke eindpunt van lijn 1, een fresco voorstellende meer dan 140 personages uit de Avonturen van Kuifje. De schetsen waren door de auteur zelf gemaakt, vlak voor zijn dood. Het station is een bedevaartsoord geworden voor stripfanaten van over de hele wereld. In 1993 verwerkte Françoise Schein in het Sint-Gillisvoorplein de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in keramiek. In hetzelfde jaar liet François Schuiten in de Hallepoort een futuristische stad ontstaan die echte fragmenten van historische trams integreerde.
Op 22 maart 2016, om 9.11 uur, explodeert een bom in een trein die station Maalbeek verlaat. De aanslag, gecoördineerd met de dubbele aanslag op de luchthaven van Zaventem die iets meer dan een uur eerder plaatsvond, eist 32 doden en meer dan 340 gewonden. Zestien mensen sterven alleen al in de metro. Een deel van de decoratie van Benoît Van Innis verdwijnt in de explosie. De kunstenaar keert in 2016 terug en vervangt wat werd vernietigd door een grote olijfboom, symbool van vrede, vergezeld van een gedicht van Federico García Lorca. Elk jaar sluit het station tijdelijk tijdens de herdenkingen.
Benoit Van Innis, "De Olijfboom", 2016 © MIVB
Op 22 maart 2016, om 9.11 uur, explodeert een bom in een trein die station Maalbeek verlaat. De aanslag, gecoördineerd met de dubbele aanslag op de luchthaven van Zaventem die iets meer dan een uur eerder plaatsvond, eist 32 doden en meer dan 340 gewonden. Zestien mensen sterven alleen al in de metro. Een deel van de decoratie van Benoît Van Innis verdwijnt in de explosie. De kunstenaar keert in 2016 terug en vervangt wat werd vernietigd door een grote olijfboom, symbool van vrede, vergezeld van een gedicht van Federico García Lorca. Elk jaar sluit het station tijdelijk tijdens de herdenkingen.
Om het jubileum te markeren, organiseren de MIVB en Brussel Mobiliteit een week vol activiteiten van 14 tot 20 september 2026. Het netwerk zal de hele dag gratis zijn op 20 september, wat dit jaar samenvalt met de Autoloze Zondag — waardoor Brussel voor één dag de grootste autovrije zone van Europa wordt. Het programma omvat opera met de Koninklijke Muntschouwburg, street art, live painting en concerten aan boord van de treinen.
François Schuiten, "De Onbekende Passage", Hallepoort (1993) © MIVB
Drie tentoonstellingen, gratis toegankelijk tot 31 december, vertellen de geschiedenis van het netwerk en zijn kunstwerken: elf panelen in Botanique, vijftig foto’s in achttien stations, en in Espace QARTIER van de Beurs, een archieftentoonstelling inclusief de winnaars van een oproep voor creaties rond de ‘imaginaire metro’. Rondleidingen gewijd aan de kunstwerken in de stations worden aangeboden in het kader van de Erfgoeddagen op 19 en 20 september, vertrekkend vanuit Schuman en de Beurs. Het depot Jacques Brel, in Molenbeek, opent uitzonderlijk zijn deuren op 20 september, waardoor men een kijkje achter de schermen van de exploitatie kan nemen en plaats kan nemen achter de bediening van een trein.
Op de ochtend van 20 september wordt een gedenkplaat onthuld in station De Brouckère, precies daar waar koning Boudewijn vijftig jaar geleden vertrok. Een ceremonie zal ook een deel van de inhuldigingsreis van 1976 doen herleven. Een manier om opnieuw aan te knopen bij het stichtende gebaar van een museum dat de stad nooit helemaal heeft afgebouwd.