Thomas de Bergeyck
07 July 2026
U zult mij mijn uitweidingen vergeven, maar bij het begin van deze zomer geef ik mij inderdaad over aan de reflectie over die kleine dingen die ons een goed gevoel geven. Die welke ons de zorgen van alledag doen vergeten.
Gisteravond kwam ik aan in het hotel, zeer vermoeid van een jaar waarin ik in alle vroegte opstond om mijn luisteraars op de radio en de televisie te informeren, steeds met evenveel passie. Een vermoeidheid van die welke meerdere dagen aanhoudt, zonder dat een nacht van meer dan acht uur enige verlichting brengt. Gisteravond dus, bij het betreden van mijn kamer, was mijn geluk, als een opgeschort moment, het bijten in een abrikoos die tussen andere lag, als een geschenk, in een schaaltje op de salontafel van de zithoek. Een fluweelzachte schil, een genereus en zoet vruchtvlees. In een oogwenk bevond ik mij in Italië, onder de hitte van de Siciliaanse zon, in de schaduw van die boom waarvan ik de vrucht had geplukt. Ik beet erin, en onmiddellijk ging mijn hart elders leven. In een hoekje van geluk dat als een evidentie opdook. En ik zei tegen mezelf, gisteravond, dat het leven wonderbaarlijk was.
Verre van mij de wens om de rug toe te keren aan het dagelijks leven van ons bestaan dat soms getroffen wordt door kleine en grote tegenslagen. Maar er bestaat in mij een onvermoeibare neiging om dat piepkleine vierkante centimetertje te willen zoeken dat mij zal doen glimlachen. Ademen. Leven.
Ik denk nog aan die gouden ademtocht die ik midden in de nacht waarnam, zaterdagavond, toen ik het raam van mijn kamer moest sluiten om de vogels te laten zingen. Die wind, fris, vrolijk, verlangend om de kamer binnen te dringen na zoveel brandende dagen. Ja, die wind kwam op mijn gezicht aan als een geluk.
En wat te zeggen van die dubbele bankfactuur die in mijn brievenbus aankwam, met de aanbeveling om een supplement te betalen op een reeds voldaan bedrag? Het telefoontje naar de bank veranderde de zaken in enkele seconden: « Ik stop u meteen, het is een fout van onze diensten, die is bekend, u bent perfect in orde! » In een oogwenk, zoals de abrikoos in het hotel, werd de hemel blauw en de dag vrolijk. Alsof een waterval van fris water mijn bureau aan het overspoelen was.
Ik denk nog aan mijn zoon met wie ik, enkele dagen geleden, een moment van oneindige tederheid deelde, terwijl wij een gevleugeld insect observeerden dat op zijn rug lag midden op het door de hitte uitgedroogde terras. Wij lieten water stromen om het overeind te zetten, het insect dat in de wind leek te roeien zoals de schildpad op zijn schild. Het beestje richtte zich op, viel achterover en kwam weer overeind alvorens zijn weg te vervolgen. Zeven keer vallen, acht keer opstaan. Wat een levensles hebben wij beiden gehad, op die brandende tegel van amper enkele centimeters.
En als het geluk altijd in het meervoud geschreven werd? Zij zijn met duizenden, soms minuscuul. Als kleine goudklompjes op ons pad van stenen. Zij bestaan. Zij zijn er. De moeilijkheid is om ze te zien.
Stop dan. Sluit uw ogen. En denk aan het laatste moment van geluk dat zich op uw lippen, op uw ziel heeft neergezet. Welke sensatie heeft het u nagelaten? Ik wed dat u het niet zult vergeten.
Ik wens u een wonderbaarlijke zomer en evenveel kleine gelukjes.